Meer over de angststoornis

Bij een angststoornis heeft de patiënt last van angsten. Van de angststoornis bestaan er verschillende soorten. Het psychatrische handboek DSM vermeldt de diverse vormen van de angststoornis. Voor sommige patiënten heeft de stoornis zo een groot effect op het leven, dat zij behandeld moeten worden.

De specialisten zijn het erover eens dat angst kan worden overgeërfd. Maar ook de omgeving en gebeurtenissen in het leven hebben een grote invloed. Zo kunt u na een ingrijpende gebeurtenis, een zogenaamd trauma, de posttraumatische stressstoornis oplopen.

De eerste angststoornis die we behandelen is de gegeneraliseerde angststoornis. Hierbij heeft de patiënt veel zorgen over de dagelijkse activiteiten. Denk aan overdreven angsten over de gezondheid van anderen of over het werk. Iemand met de gegeneraliseerde angststoornis zweet veel, heeft vaak diarree en voelt zich vaak misselijk.

De posttraumatische stressstoornis kan ontstaan na een indrukwekkende gebeurtenis (een trauma). Een gewelddadige overval of een gewapende conflict zijn gebeurtenissen waarna PTSS kan worden opgelopen. De patiënt beleeft de gebeurtenissen vaak opnieuw via dromen en flashbacks. Iemand met PTSS zal dingen die herinneringen aan het trauma oproepen vermijden.

Bij OCD speelt erfelijkheid een grote rol. Bij OCD is er sprake van obsessies en compulsies. Dat zijn angstgedachten en dwanghandelingen. Meestal ontstaat de angst om een ramp of ongeluk te veroorzaken. Dwanghandelingen worden vervolgens uitgevoerd om de angst weg te nemen. Extra vaak controleren is bij de obsessieve compulsieve stoornis een terugkomend verschijnsel.

Denk aan iemand die bij het verlaten van zijn huis extra vaak controleert of alle elektrische apparaten uitstaan. Men is bang om brand te veroorzaken.

Iemand met claustrofobie is bang voor kleine ruimten. Maar de paniek kan ook optreden in bijvoorbeeld een overvolle tram. Het draait bij claustrofobie vooral om de angst om de ruimte niet te kunnen verlaten.

Naast claustrofobie kent men ook agorafobie. Dit is geen angst voor kleine ruimten, maar juist voor grote open ruimten. De ene patiënt zal de angst een stuk heftiger ervaren dan de ander. De ene patiënt zal zich ondanks de angst toch in grote open ruimten bevinden. Andere patiënten durven dit weer niet.

Het mag duidelijk zijn dat de aanwezigheid van een angststoornis een grote impact kan hebben op de levenskwaliteit. Wanneer de angststoornis teveel invloed heeft op uw levenskwaliteit kunt u het beste professionele hulp zoeken Neem hiervoor contact op met uw huisarts. Ook kunt u in veel gevallen direct terecht bij instellingen voor geestelijke gezondheidszorg.