Chiptuning voor je auto – hoe werkt het?

Wat gebeurt er bij chiptuning

Bij chiptuning is het doel vaak om meer vermogen uit de motor te halen of juist om een auto zo zuinig mogelijk te laten rijden. Om meer vermogen uit een motor te halen moet je er iets in doen waar deze kracht uit kan komen. Bij een verbrandingsmotor is dat de brandstof, in het geval van onze 2.2L motor, benzine. Om de benzine te kunnen verbranden is natuurlijk ook zuurstof nodig. Om de meest krachtige verbranding te krijgen is er voor een motor vaak 1 bepaalde verhouding tussen benzine en lucht. Het heeft dus geen nut om alleen maar meer benzine toe te voegen, dan moet er ook meer lucht bij. Bij een turbo motor is dat voor een tuner relatief gemakkelijk. Bij moderne motoren kan het motormanagement de turbo-druk regelen. Door de turbo druk te verhogen, heb je meer lucht. Door nu ook gelijk meer brandstof toe te voegen komt er meer energie vrij bij de verbranding en wordt er dus meer vermogen geleverd. Dat verklaard ook het verschil in geclaimde vermogens toename tussen normale (atmosferische) motoren en turbo motoren.

Wat wel mogelijk is bij een motor zoals de 2.2L, is om te zorgen dat de motor daadwerkelijk op de beste lucht/brandstof verhouding draait. Het kan goed zijn dat de leverancier hier wat meer aan de veilige kant is gaan zitten i.v.m. de wisselende omstandigheden waarin de motor moet functioneren in de verschillende levering gebieden. Door dit verder te optimaliseren kan er nog wat vermogen gewonnen worden.

Hoe werkt het chiptunen?

Er zijn veel verhalen over het zogenaamde chiptunen, er zijn allerlei verhalen over een verhoogd vermogen, koppel, rijbaarheid en dergelijke. Hier een korte uitleg hoe het bij dit proces werkt.

Net als een computer kan deze niets zonder software. Bij een computer is dat vaak Windows of Linux (het besturingssysteem) met allerlei software applicaties. Een motormanagement hoeft natuurlijk niet zo breed inzetbaar te zijn. Vrijwel alle functionaliteit die in een PC wordt aangeboden is voor een motormanagement overbodig. Maar het idee blijft wel hetzelfde. Het motormanagement heeft een operating systeem, net als een PC. Alleen is dit zo geschreven dat er geen losse applicaties op draaien, hoogstens een aantal modules kunnen worden gebruikt, afhankelijk van het type auto (bijvoorbeeld de software voor ABS, ESP, cruisecontrol etc.).

De software van het motormanagement zit niet zoals bij een PC opgeslagen op een harddisk, maar op een chip. Deze chip kan voorzien worden van een nieuwe versie van de software (voor bijvoorbeeld het oplossen van fouten). Dit gaat niet zo gemakkelijk als bij een PC, vaak gebruiken dealers hiervoor speciale hardware en apparatuur. Deze apparatuur kun je zelf aanschaffen, maar is vaak wel erg prijzig.

De werking van de software in de motor kan gelijk zijn over een reeks van verschillende motoren, bijvoorbeeld een 1.6, 1.8 en 2.0. Maar de aansturing is natuurlijk wel anders. Om niet de software voor elke motor anders te hoeven maken, wordt er gebruik gemaakt van tabellen. In deze tabellen staat bijvoorbeeld hoeveel brandstof het motormanagement moet toevoegen, afhankelijk van het toerental van de motor en hoeveel gas er wordt gegeven. Deze tabellen zijn tussen de verschillende motoren vaak anders, de hoeveelheid brandstof die nodig is om een 1.6 goed te laten werken is anders als bij een 1.8 of 2.0 motor. Deze tabellen aanpassen is veel gemakkelijker en veiliger dan de software herschrijven. Dit is precies wat er gebeurd met chiptuning, de waardes in de tabellen worden veranderd.

Wat gebeurd er bij deze chipveranderingen met de motor

Een voorbeeld van een populaire wijziging voor de 2.2L motor is om er een ander inlaat spruitstuk op te zetten. Een spruitstuk is een onderdeel van een verbrandingsmotor. Het spruitstuk wordt vastgemaakt aan de cilinderkop en is voor de motor een belemmering om lucht aan te zuigen. Door een ander spruitstuk te plaatsen kan de motor meer lucht aanzuigen en kan er dus meer of minder brandstof worden toegevoegd, waardoor er meer of minder vermogen gecreëerd kan worden.

Er zijn veel wisselende resultaten over het plaatsen van een ander spruitstuk. Dit is te verklaren door de manier waarop een motor management werkt.

Een motor management is zo ingeregeld dat het bij een gelijkblijvend karakter van de motor kan compenseren voor verschillen in weersomstandigheden en slijtage. Dit gebeurd in een tabel die veel grover is dan de basis tabel.

Bij wijzigingen aan de motor waarbij het karakter van de motor wijzigt, is de LFT tabel te grof om de karakter wijziging te compenseren. De cellen in de tabel zijn te groot.

Het gevolg hiervan is dat de motor niet optimaal loopt en in bepaalde gevallen kan het zelfs schade aan de motor opleveren. Ook de prestaties van de motor zullen zeker niet optimaal zijn. Afhankelijk van de huidige waardes in de LFT tabel kan dit verschil significant zin.