Waar is het Aspergersyndroom aan te herkennen?

Het Aspergersyndroom is een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Het syndroom is vernoemd naar een Weense arts. Autisme is het type stoornis waarvan Asperger de kenmerken van heeft. Bij veel stoornissen uit het autismespectrum is er sprake van neiging tot obsessief gedrag, in een fantasiewereld leven en last met aanpassingen. Het Aspergersyndroom kenmerkt zich vooral door een beperkt repertoire aan activiteiten en weinig contact met andere mensen zijn specifieke karaktertrekken van het Aspergersyndroom.

Het Aspergersyndroom wordt onder de autismespectrumstoornissen (ASS) gerekend. Andere vormen onder de autismespectrumstoornissen zijn:
Autisme
PDD-NOS

Diagnose van het Aspergersyndroom
Er is geen geval van een achterstand in het ontwikkelen van de taalvaardigheid bij het Aspergersyndroom. Hier is op jonge leeftijd wel sprake van bij een andere stoornis in het autismespectrum. De mate van intelligentie van een persoon met het Aspergersyndroom is normaal tot hoog. Een diagnose kan vastgesteld worden door een GZ-psycholoog indien men het Aspergersyndroom denkt te zien bij een kind. Veel personen met het Aspergersyndroom groeien op net zoals ieder ander.

Behandeling van van het Aspergersyndroom
Een uitgebreid psychologisch onderzoek is nodig om het Aspergersyndroom vast te stellen. Er zijn geen therapieën die een persoon kunnen genezen van het het Aspergersyndroom. Begrip is één van de voornaamste manieren om met Asperger om te gaan. Vaardigheidstrainingen kunnen worden opgestart om minderjarigen zich fijner voelen in sociale situaties. Voor het minder laten worden van agressie of angst kan er tijdelijk medicatie worden gebruikt.

Om hoeveel personen gaat het?
Op basis van onderzoeken en studies wordt door onderzoekers geschat dat in Nederland meer 190.000 personen een autismespectrumstoornis heeft. Van dit aantal mensen heeft zo’n 14% klassiek autisme en in 86% van de gevallen gaat het om het syndroom van Asperger of PDD-NOS. ASS komt 4 keer zo vaak bij mannen voor als bij vrouwen. Dit is het resultaat uit verschillende onderzoeken met ASS als belangrijkste onderwerp.